PDF Afdrukken

Niet-reanimerenpenning een rechtsgeldige schriftelijke wilsverklaring?

Datum: 05-10-2010

Op 1 oktober 2008 heeft de Nederlandse Reanimatie Raad (NRR) zijn nieuwe richtlijn ‘Starten, niet starten en stoppen van de reanimatie’ het levenslicht laten zien. Anders dan het woord ‘richtlijn’ suggereert is dit document niet slechts een handelingsaanwijzing voor hulpverleners in de gezondheidszorg, maar vormt deze richtlijn een onderdeel van de professionele standaard in de zin van de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO). Iedere hulpverlener die te maken heeft met reanimatie (huisarts, ambulancezorgverlener, cardioloog etc) is in beginsel aan de richtlijn gebonden.

Meldkamers Ambulancezorg zetten - in geval van reanimatie - in toenemende mate naast ambulanceverpleegkundigen, ook leken in om de automatische externe defibrillator (AED) te hanteren. Dit onder het motto ‘elke seconde telt’. De richtlijn is daarom ook van toepassing op het handelen door leken. De richtlijn bevat niet alleen medisch-inhoudelijke aanwijzingen voor het handelen, maar geeft ook een juridische interpretatie weer van de status van de niet-reanimerenpenning, uitgegeven door de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE).

 

De NRR onderkent dat deze penning niet de status heeft van een rechtsgeldige schriftelijke wilsverklaring, maar hanteert toch het uitgangspunt dat hulpverleners de aanwezigheid van de penning moeten opvatten als een rechtsgeldige wilsverklaring.

 

In een schriftelijke wilsverklaring geeft iemand zijn weigering te kennen om - in bepaalde toekomstige omstandigheden - een specifieke geneeskundige behandeling te krijgen (de zogenaamde ‘negatieve’ wilsverklaring). De persoon in kwestie geeft dus opdracht iets na te laten, bijvoorbeeld reanimatie of toediening van een bloedtransfusie. De negatieve wilsverklaring is een verklaring die in beginsel rechtens afdwingbaar is.

 

Het opvolgen van een dergelijke wilsverklaring kan ingrijpende gevolgen hebben voor de persoon in kwestie. Daarom eist de wet dat de wilsverklaring op schrift moet zijn gesteld; het moet vooral ‘duidelijk’ zijn wat de persoon in kwestie bedoelt en een zekere mate van actualiteit hebben. De verklaring moet gedagtekend zijn en voorzien zijn van een identificeerbare handtekening. Indien iemand in wilsonbekwame toestand wordt aangetroffen, bijvoorbeeld bewusteloos of in coma, dan kan een hulpverlener van de schriftelijke wilsverklaring van de patiënt afwijken, maar alleen indien hij daartoe gegronde redenen aanwezig acht. Bijvoorbeeld als door toepassing van nieuwe medische ontwikkelingen de persoon in kwestie nog jaren in goede conditie zou kunnen leven. Het is dus zaak een negatieve wilsverklaring niet klakkeloos te gebruiken.

 

Recentelijk heeft staatssecretaris Bussemaker van Volksgezondheid (VWS) zich uitgesproken over de juridische status van de niet-reanimerenpenning. In een brief van 7 oktober zegt de staatssecretaris dat de relevante wettelijke bepalingen over de schriftelijke wilsverklaring volgens haar voldoende ruimte bieden om de niet-reanimerenpenning dezelfde rechtskracht te verlenen als de (rechtsgeldige) schriftelijke wilsverklaring. Zij gaat hiermee nog een stap verder dan de richtlijn van de NRR.

 

Juristen van Juristenvereniging Pro Vita (JPV) hebben hier gisteren bezwaar tegen gemaakt. De penning kan en mag op dit moment niet worden aangemerkt als een rechtsgeldige schriftelijke wilsverklaring in de zin van de WGBO. Daarvoor zijn zowel juridische als praktische argumenten aan te voeren.

Juridische argumenten

De toenmalige Minister van Justitie Korthals gaf al in november 1999 een beperkte uitleg aan het begrip ‘wilsverklaring’. De minister benadrukte dat een dergelijke verklaring op schrift moetzijn gesteld, vergezeld van een ondertekening en dagtekening. Verder mag een verklaringniet aan duidelijkheid te wensen overlaten, geziende ingrijpende gevolgen die aan het opvolgen van een wilsverklaring verbonden kunnen zijn.

 

Ten tweede wijzen ook de bewoordingen van de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) en andere relevante wettelijke bepalingen waarin de wetgever met het begrip ‘schriftelijk’ hanteert eveneens op een beperkte interpretatie.In de toelichting op de relevante artikelen wordt gesproken over 'dit stuk', dat' veelal door de patiënt wordt ondertekend' . Hieruit volgt dat er sprake moet zijn van een schriftelijk, papieren document dat ondertekend dient te worden.

 

Ten derde kan uit de jurisprudentie worden afgeleid dat de huidige schriftelijke wilsverklaring soms al de nodige bezwaren met zich brengt vanuit het oogpunt van duidelijkheid en authenticiteit. Hulpverleners dienen dus zeer zorgvuldig met een schriftelijke wilsverklaring om te gaan. Zo blijkt o.a. uit een uitspraak van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg van april 2007, dat de hulpverlener die deze schriftelijke wilsverklaring onder ogen krijgt en die verklaring niet van de patiënt zelf heeft ontvangen, zich ervan dient te vergewissen dat het geschrift afkomstig is van de patiënt. Voorts dient de hulpverlener de vraag te beantwoorden wat de betekenis is van het behandelverbod en onder welke omstandigheden de patiënt, toen hij deze verklaring opstelde, niet behandeld wilde worden.

 

Voor het standpunt van de staatssecretaris zijn geen aanknopingspuntente vinden in de wet, in de parlementaire geschiedenis en in de jurisprudentie, het heeft daarmee geen juridische grond.

Praktische bezwaren

Er zijn echter ook praktische bezwaren aan te wijzen.

 

Een niet-reanimeren penning is een metalen plaatje dat aan een halskettinkje wordt gedragen door de eigenaar van de penning. Er is een foto van betrokken in gegraveerd. Dit lijkt een waarborg dat de penning afkomstig is van betrokkene. Echter, de penning is klein en daarmee ook de foto. Verder geeft de foto de persoon weer in een gezonde situatie, terwijl de situatie waarin sprake is van reanimatie totaal afwijkend is. Het is de vraag wat de waarde is van de foto. Hebben hulpverleners tijd om eerst te verifiëren óf de persoon in kwestie ook daadwerkelijk de eigenaar is van de niet-reanimerenpenning?

 

Mocht de foto géén meerwaarde hebben, dan zou hij achterwege gelaten kunnen worden en zijn we terug bij de eerdere versie van de niet-reanimerenpenning, namelijk louter een penning met daarop aan de ene zijde de tekst ‘ik wil niet gereanimeerd worden’ en op de ander zijde de tekst ‘ik draag een rechtsgeldig document bij mij’. Een dergelijke penning kan bij iedereen om de hals worden gehangen; misbruik is zeker niet uitgesloten.

Conclusie

JPV kan op dit moment niet anders concluderen dan dat de niet-reanimerenpenning van de NVVE niet als een rechtsgeldige wilsverklaring kan worden beschouwd, vanwege het ontbreken van de wettelijke eis dat een rechtsgeldige negatieve wilsverklaring op schrift dient te zijn gesteld.

 

De zinsnede van de staatssecretaris dat de van toepassing zijnde wetsbepaling niet de strekking kan hebben dat uitsluitend de papieren verklaring dient te worden opgevolgd, vindt in de visie van de JPV geen steun in de (toelichting op) de wet, noch in de jurisprudentie. Mocht het de bedoeling zijn dat een wilsverklaring óók rechtsgeldig is indien zij is vastgelegd op een andere gegevensdrager dan een papieren document, dan dient dit te blijken óf uit een wijziging van de wet, of klip en klaar uit de jurisprudentie. Hiervan is nu geen sprake.

 

JPV acht een grondige uitwisseling van gedachten noodzakelijk. Indien op grond van zorgvuldige af- en overwegingen de conclusie luidt dat de niet-reanimerenpenning als rechtgeldig dient te worden beschouwd, is een dienovereenkomstige verankering in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst noodzakelijk.

 

Duidelijkheid in deze kwestie is voor zowel het individu als voor hulpverleners van levensbelang.

Harmen van der Wilt
De auteur is redacteur van Pro Vita Humana, Tijdschrift voor Levensrecht en Medische Ethiek. Recentelijk studeerde hij af in het privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. [1]